Terug naar
De zorgwijzer matrix
|
Overgangsvormen in het VO
Binnen het voortgezet onderwijs bestaan vele overgangsvormen, al dan niet betaald vanuit het zorgbudget van het samenwerkingsverband. Aan alle overgangsvormen zitten zowel voor- als nadelen met betrekking tot integratie, voorwaardelijke aspecten (ruimte, geld, et cetera) en effectiviteit. Door deze overgangsvormen wordt verwacht dat er uiteindelijk minder leerlingen naar speciaal onderwijs hoeven te worden doorgestuurd.
Het draait bij deze vormen niet zozeer om de vormgeving van de hulpvoorziening, maar om de kwaliteit van de zorg. Het gaat tenslotte om het planmatig handelen rondom risico leerlingen in een samenwerkingsverband. De cyclus van signaleren, analyseren, plannen, uitvoeren en evalueren is niet alleen gericht op de groep, maar ook op de school als geheel en het niveau van het SWV
Voorbeelden van overgangsvormen
Trajectklas
Een klaslokaal voor speciaal onderwijs, inclusief bevoegde leerkracht, binnen een reguliere school. (Zie: Trajectklassen )
Time-outklas
Een klas binnen een school voor VO waarin op dezelfde school zittende leerlingen verblijven die volgens de school eigenlijk in aanmerking moeten komen voor speciaal onderwijs.
Variabele groep
Een speciale klas waar leerlingen met ernstige leermoeilijkheden gedurende een deel van de week op hun mogelijkheden en moeilijkheden afgestemd onderwijs kunnen ontvangen. Voor de rest van de week nemen ze deel aan het reguliere VO-programma.
Rebound
Varianten van georganiseerde ondersteuning voor leerlingen én leerkrachten vanuit de specifieke Reboundregeling. (Zie: Rebound)
Ambulante begeleiding
Vele varianten die vallen onder ‘Ambulante Begeleiding’. Georganiseerd i.s.m. het Speciaal Basisonderwijs en/ of het Speciaal Onderwijs. Opgezet voor individuele en groepen van leerlingen. Preventief, curatief of bij terugplaatsing. (Zie: Ambulante Begeleiding)
Regionale afstemming VO / VSO / MBO
Partijen stemmen onderwijs, arbeidsgerichte begeleiding en toeleiding op en met elkaar af.
|
|