inloggen
zoeken
header

Overgangsvormen in het PO

Binnen het basisonderwijs bestaan vele overgangs- en tussenvormen om het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs te verminderen en de expertise in de scholen te vergroten. Het draait bij deze vormen niet zozeer om de vormgeving van de hulpvoorziening, maar meer om de kwaliteit van de zorg.

Een scala aan varianten dat betaald wordt: 

  • vanuit de middelen van de basisschool zelf 
  • vanuit het zorgbudget van het samenwerkingsverband 
  • met behulp van Rugzakmiddelen en in verschillende combinaties


    Voorbeelden van tussen- en overgangsvormen
    Speciale leergroep: een speciale klas waar basisschoolleerlingen met lees-, spellings- of rekenproblemen gedurende een deel van de week van een speciale leerkracht extra aandacht krijgen

    Variabele groep: een speciale klas waar kinderen met ernstige leermoeilijkheden gedurende een deel van de week op hun mogelijkheden en moeilijkheden afgestemd onderwijs kunnen ontvangen. Voor de rest van de week zitten de leerlingen in de verschillende (stam)groepen van de school

    Integratieklas: een klas (binnen een basisschool) waarin leerlingen van de betreffende basisschool verblijven die volgens de school eigenlijk in aanmerking komen voor speciaal onderwijs

    Hulpklas: een klas die binnen of buiten de basisschool gesitueerd is. Bedoeld voor kinderen met een ernstige leerachterstand bij minimaal één van de basisvaardigheden, maar van wie toch wordt verwacht dat zij na een periode van intensieve hulp (maximaal I jaar en maximaal vier dagdelen per week) weer kunnen terugkeren naar een reguliere klas binnen het basisonderwijs van het samenwerkingsverband

    Outreachclass: een klas voor speciaal onderwijs (inclusief de leerkracht) die zich bevindt in de reguliere basisschool

    Samenwerkingsprojecten: projecten die gebaseerd zijn op extern overleg tussen collega’s, onderlinge hulp, deskundigheidsvergroting, planmatig werken en ondersteuning vanuit de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD). Waar ‘op maat vragen’ in samenwerking en met inzet van wederzijdse expertise worden opgelost.

    Ambulante begeleiding: varianten die vallen onder ‘Ambulante Begeleiding’ worden georganiseerd in samenwerking met het SBaO en/of SO en zijn opgezet voor individuele en groepen van leerlingen. (zie AB)

NB.:
Aan alle overgangsvormen zitten zowel voor- als nadelen met betrekking tot integratie, voorwaardelijke aspecten (ruimte, geld, et cetera) en effectiviteit.
Oplossingen binnen de scholen hebben een duidelijke relatie met de gekozen zorgstructuur, en de mate van het planmatig handelen rondom risicoleerlingen in een samenwerkingsverband. In hoeverre lukt het om thuisnabij passend onderwijs te realiseren voor zoveel mogelijk leerlingen? Het signaleren, analyseren, plannen, uitvoeren en evalueren moet niet alleen maar gericht zijn op de leerling en de groep, maar ook op de school als geheel en het niveau van het SWV.


sitemap | disclaimer | colofon | contact